De eenzaamheid van gevoeligheid
In de maneschijn
Op een zomerse dag viel de nacht vroeg in. Het was volle maan en alles buiten leek wel van zilver. Zilveren schapen graasden in de wei terwijl het zachte schijnsel van lantaarnpalen de straten verlichtte. Waterplassen glinsterden als kleine spiegels en de huizen baadden in een schitterende gloed. Donkere boomtakken tekenden zich scherp af tegen de heldere hemel die nog doordrongen was van de frisse geur van de regenbui eerder die avond. Af en toe klonk in de verte de roep van een uil. De wereld leek als betoverd.
De maan genoot ervan om vol te zijn want dan kon hij alles beneden goed bekijken. Hij ging dan op zoek naar iemand om mee te praten. De maan zocht en speurde overal naar kiertjes in gordijnen, liefst op de slaapkamers van kinderen. Die begrepen hem zo goed en ze waren blij als hij zich liet zien. Er was altijd wel ergens een opening, meestal bij een gevoelig kind dat lag te dromen. Vanavond vast ook.
Het meisje
De maan gleed stilletjes langs een huisje dat helemaal verscholen lag onder een deken van klimop, rozen, en passiebloemen. Blauwe regen boog zich sierlijk rond de ramen terwijl de kamperfoelie erdoorheen slingerde. Het huisje leek haast van bloemen gemaakt, zo sprookjesachtig mooi en lieflijk. Door het kleine raam boven kon de maan een glimp van binnen zien. Hij tuurde nieuwsgierig naar het meisje dat daar stil lag te slapen. Met haar pop veilig in haar armen, haar ademhaling kalm. De maan straalde voorzichtig het kamertje binnen, de ruimte vullend met een dekentje van licht.
De maan twijfelde. Zou hij haar wakker maken? Ze lag zo vredig te slapen. Maar toen zag hij een kleine beweging. Het meisje draaide zich langzaam om en opende één oog. De straal van de maan viel precies op haar gezicht. Haar ogen werden groot van verwondering. Was dat de maan die haar begroette? Ze voelde ineens dat ze niet meer alleen was in haar kamertje, alsof een geheime vriend in stilte over haar waakte. Het voelde geborgen en fijn. De maan hoopte vurig dat ze naar het raam zou komen om hem te zien. Heel voorzichtig legde het meisje haar pop naast zich neer. Ze aaide over het gezichtje voordat ze haar pop onder de dekens stopte. Ze zocht haar slofjes, die knalgeel waren met grote pluchen zonnebloemen voorop. Terwijl ze naar het raam liep raakte de maan haar gezicht aan met zijn zachte stralen. De maan, die soms ook een beetje eenzaam was, voelde haar nabijheid en hij werd warm van binnen. Hij wiegde een beetje heen en weer zodat zijn licht als zilveren regen langs het huisje stroomde. Geen woord hadden ze nog gesproken maar op dat moment ontstond er voor altijd een band tussen het meisje en de maan. Beiden waren ze dromerig zacht en teder van hart.
Ontmoeting met de maan
Het lukte om contact te maken! Het meisje deed haar raam open en de maan kon helemaal naar binnen schijnen. “Hallo lief meisje, wie ben jij?” klonk het vriendelijk uit de nacht. Het meisje keek verwonderd om zich heen, en nog eens, waar kwam die stem nou toch vandaan? “Hallo meisje, hierboven!” riep de maan. Ze keek op, recht naar de maan. “Wie ben jij?” vroeg de maan zachtjes. “Huh, ik wist niet dat je kon praten”, zei het meisje verbaasd. Ze wreef door haar ogen en streek haar lange haren uit haar gezicht. “Wat leuk, misschien wil je mij wel een verhaaltje voorlezen?” vroeg ze nieuwsgierig. De maan straalde van plezier. “O, en mijn naam is Eve, hoe heet jij?” vroeg het meisje. De maan schudde van het lachen, zijn licht flitste over de aarde, de schapen in de wei leken wel te dansen. “Ik heet maan,” antwoordde hij.
“Dat vind ik best een klein beetje saai”, zei Eve. “Wie heeft jou die naam gegeven?” De maan dacht even na. “Eh, dat weet ik niet, het is gewoon zo.” Eve glimlachte. “Als je je jouw naam omdraait heet je: naam.” De maan lachte. ‘Nou zeg, en als je jouw naam omdraait heet je nog steeds Eve’, pruttelde hij terug! “Dat is ook een beetje saai.” Beiden slaakten een diepe zucht. Eve voelde dat ze misschien maar beter weer kon gaan slapen. ‘Ik ben een beetje moe’ zei ze. De maan begreep het wel al vond hij het jammer om dat te horen. Vaak was dat het enige wat de mensen tegenwoordig tegen hem zeiden zodra hij verscheen. In vroeger tijden kwamen ze tenminste nog samen als hij vol was, de mensen zongen, dansten en eerden hem. Opeens herinnerde de maan zich de prachtige namen die hij ooit had gekregen: Wolfmaan, Sneeuwmaan, Rozenmaan, Bloemenmaan. En er waren er meer.
“Sorry”, zei Eve ineens, “ik bedoelde het niet kwaad. Ik vind je zo mooi, lichtgevend en ik kijk graag naar je. Het zou zo leuk zijn als je een mooie naam kreeg”. “Dat bedoelde ik”, zei Eve, en ze sloeg haar ogen neer. De maan gloeide vanbinnen. Was dat wat Eve bedoelde? Wat was het toch lief om er zo over te denken. “Ik vind jouw naam prachtig Eve. Ik was gewoon een beetje geschrokken van wat je net zei. Het is juist grappig dat jouw naam achterstevoren hetzelfde is”. Eve keek op, deed haar hand naar haar mond en blies wel honderd kusjes de lucht in. “Voor jou, lieve maan, ik hoop dat ze aankomen!” Nou en dat kwamen ze!
“Zal ik morgen aan de juf vragen of we met alle kinderen een naam voor jou kunnen bedenken?” stelde Eve voor. De maan knikte zo driftig van ja dat het leek of de aarde aan het schudden was. Eve moest er hard om lachen. “Dat doen we! Dag lieve maan, tot morgen”. En ze kroop gauw weer in bed met haar pop tegen zich aan. De maan was zo gelukkig, het leek wel of hij nog harder ging schijnen. “Ik krijg een nieuwe naam!”
Op school
De volgende ochtend sprong Eve vrolijk uit bed en ze liep huppelend door het huis. Haar moeder merkte meteen haar goede humeur op. “Wat ben jij vrolijk!” Eve antwoordde enthousiast: “We gaan vandaag in de klas een naam verzinnen voor de maan. Dat heb ik beloofd”. Ze voegde er stralend aan toe: “Vanavond weet de maan hoe we hem gaan noemen.” Haar moeder glimlachte en herinnerde haar eraan: “is goed meisje, vergeet niet dat je na school naar oma gaat.” Eve haalde haar schouders op; ze begreep niet goed wat dat ermee te maken had? “Mij best” mompelde ze voor zich uit. Tijdens de autorit naar school bleef ze stil uit het raampje kijken. Ze vroeg zich af waar de maan toch gebleven was? Een gevoel van gemis overviel haar.
Eenmaal op school verdween dat gevoel weer gauw. Zodra ze haar juf zag bij binnenkomst riep ze: ‘Juf, juf, we moeten de maan een nieuwe naam geven! Mag dat vandaag? Mag het?” De juf zei dat ze het een geweldig idee vond terwijl ze knipoogde naar Eve’s moeder en een arm over Eve’s schouder legde om haar de klas in te leiden. “We gaan kijken of het vandaag lukt”, beloofde ze.
De schooldag leek voor Eve eindeloos te duren. Ze bleef maar wiebelen op haar stoel, wippen met haar been en zuchten. Wachtend op het moment dat de juf het onderwerp zou aansnijden. Telkens als er weer een nieuw onderdeel van de les begon hoopte Eve dat het nu eindelijk zover was. Maar de minuten kropen voorbij, werden uren en nog steeds werd de maan niet besproken. Het einde van de dag naderde; Eve voelde zich zo gespannen als een veer. Toen de bel eindelijk ging en de juf vrolijk riep: “Tot morgen allemaal, fijne avond iedereen!” kon Eve het haast niet geloven. Een ongemakkelijk gevoel trok door haar heen, ze kreeg nare kriebels in haar buik. Wat moest ze straks tegen de maan zeggen?
De wijze maan
Die avond lag Eve onrustig in bed. Ze kon de slaap niet vatten en ze had buikpijn. In haar hoofd werd ze steeds bozer: “dan verzin ik zelf wel een mooie naam,” dacht ze “en dan zeg ik gewoon dat we daar met zijn allen voor kozen.” Allerlei namen schoten door haar hoofd. Iets met zilver of wit, of juist rond, misschien wel alle woorden samen? Terwijl ze maar bleef denken over de perfecte naam werden haar oogleden langzaam zwaarder. Uiteindelijk viel ze toch in slaap, moe van al het gepieker.
Ondertussen verheugde de maan zich op zijn ontmoeting met Eve. Hij was erg benieuwd welke naam hij zou krijgen. Hij zag dat Eve een stukje van het gordijn had opengelaten zodat hij vrij naar binnen kon piepen. “Eve, Eve ben je wakker?” fluisterde de maan zachtjes. Het duurde dit keer langer voordat er een reactie kwam. Na een tijdje zag hij hoe Eve zich langzaam oprichtte en zich armen uitrekte. Met gebogen schouders liep ze naar het raam toe. "Goedenavond lieve Eve, hoe gaat het met je?" vroeg de maan vriendelijk. Uit het niets voelde Eve tranen opkomen en ze stamelde. “Goe..hoed.” De maan vroeg nog zachter: “Weet je het zeker?” Toen kon Eve haar tranen niet meer tegenhouden. Grote snikken schokten door haar hele lijf. “Lief meisje, wat is er aan de hand?” vroeg de maan bezorgd.
Eve probeerde tussen haar snikken door uit te leggen: "We zouden vandaag een naam verzinnen voor jou, maar de juf..... het is niet gelukt! Het spijt me!" Een moment bleef het stil tussen hen. De maan stroomde over van liefde voor het meisje en zei: "Ik zie dat je teleurgesteld bent, dat begrijp ik helemaal. Er is iets wat je moet weten Eve. Grote mensen zien het magische vaak niet meer maar jij wel! Ze beseffen niet hoeveel verdriet ze een ander doen met dit lastige gebrek. En niet te vergeten zichzelf! Wacht even, ik straal extra stralen naar je toe. Hier komen ze.” De maan glimlachte en vervolgde: "Weet je, lieve Eve? Ik ben de gelukkigste maan rond de aarde." Eve keek verbaasd op met haar betraande gezicht. "Wij zijn hier op jouw kamertje, gewoon aan het samenzijn. Dat is voor mij genoeg, lieve Eve. Hoe je mij ook noemt, ik ben bij je, elke avond en nacht. Mijn stralen dansen omdat ik jou heb leren kennen. Omdat ik jou zie en jij mij. Ik ben hier en jij bent daar. Maar we zijn samen. Mijn naam is maan en in jouw stralende licht kan ik bestaan."
Langzaam fleurde Eve’s gezicht op. Haar ogen kregen weer pretlichtjes. Ze stuurde nog eens minstens honderd handkusjes naar de maan die maar bleef schudden van het lachen. Het leek alsof de wereld nooit meer zou stoppen met dansen. "Trusten, lieve maan." "Trusten, lieve Eve, en dankjewel" antwoordde de maan.
Martine - de bloemdenker
Reactie plaatsen
Reacties